|
Homeopathie
ho·meo·pa·thie (de ~ (v.))
1 geneeswijze waarbij men als geneesmiddel tegen een kwaal een geringe hoeveelheid toedient van datgene wat bij een gezonde juist de kwaal zou teweegbrengen.
Het toedienen van een verdunning van een ziekteverwekker om ziekte te voorkomen is niets vreemds, denk aan vaccinaties. Op het eerste gezicht lijkt het of homeopathie hetzelfde werkt.
In de homeopathie wordt echter gebruik gemaakt van zodanige verdunningen dat er van de oorspronkelijke stof geen molecuul meer in het middel te vinden is en alleen nog de ‘energie’ van de stof aanwezig is.
Similia similibus curentur
De homeopathie is in de achttiende eeuw ontwikkeld door de Duitse arts Samuel Hahnemann. Hahnemann miste een gedegen behandeling voor veel ziekten en sloeg zelf aan het experimenteren. Hij ontdekte dat stoffen die in hun oorspronkelijke vorm bepaalde klachten opwekten, in extreem verdunde vorm juist tegen diezelfde klachten werkten.
Zo zorgde onverdunde Nux Vomica (de Braaknoot) voor extreme misselijkheid en buikkrampen, terwijl het in verdunde vorm juist tégen misselijkheid kon worden ingezet. Hahnemann noteerde van een groot aantal stoffen wat de vergiftigingsverschijnselen waren en vergeleek deze symptomen met bestaande ziektebeelden.
Een extreem verdunde vorm van een stof zou het ziektebeeld met verschijnselen gelijk aan de vergiftigingsverschijnselen van diezelfde stof in pure vorm juist tegengaan, oftewel similia similibus curentur: het gelijke wordt met het gelijksoortige genezen.
Klinische en Klassieke homeopathie
Op het eerste gezicht klinkt dat vrij eenvoudig. Maar hoe zit dat dan bij een dier met artrose? Geef je hem dan korreltjes verdunde artrose? En krijgen alle dieren met agressie dan hetzelfde anti-agressiemiddel?
Welk middel wordt ingezet is niet altijd alleen afhankelijk van de klacht, maar in veel gevallen ook van de individuele hond, zijn karakter, voorgeschiedenis, gedrag, kortom: van het ‘type’ hond. Dit is wat men het onderscheid noemt tussen klinische en klassieke homeopathie.
Klassiek
De klassieke homeopathie kijkt niet alleen naar de klacht, maar naar het gehele dier. Op basis van een uitgebreid ‘vraaggesprek’ met de eigenaar wordt één bepaald middel gekozen dat het best bij het desbetreffende dier én zijn klacht past.
Zo kan het zijn dat tien verschillende honden met ogenschijnlijk dezelfde symptomen - bijvoorbeeld braken - alle tien met een ander middel naar huis gaan. Omdat het allemaal honden zijn met een ander karakter en een ander soort braken; braken van opwinding, ochtendbraken, door buikgriep of nervositeit.
Klinisch
Als homeopathie echt zo ‘typespecifiek’ werkt, hoe kan het dan dat drogisterijen en dierenwinkels vol liggen met kant en klare homeopathische middelen voor ‘kant en klare klachten’? Druist dat niet in tegen het principe dat er bij een homeopathische behandeling moet worden gekeken naar het gehele dier en niet alleen naar de klacht? Niet altijd.
Bepaalde middelen zijn wel degelijk generaliseerbaar naar bepaalde klachten. Zo blijken veel honden met artrose goed op hetzelfde middel te reageren, evenals – bijvoorbeeld – honden met schijnzwangerschap of wagenziekte.
Ook zijn er veel zogeheten complexmiddelen op de markt die een samenstelling van diverse homeopathische ingrediënten bevatten. Deze zijn dan ook voor meerdere type honden geschikt.
Een complexmiddel tegen schijnzwangerschap bevat zowel Pulsatilla als Asa foedita en Avena Sativa, drie middelen die alledrie op een ander type schijnzwangerschap hun effect hebben. Dit middel werkt dus in de regel goed voor iedere schijnzwangere hond. Dit soort vrij verkrijgbare middelen kunnen goed gebruikt worden als zelfmedicatie, soms zonder een dierenarts te raadplegen.
|