|
Rhinopneumonie
Het Rhinovirus is een herpesvirus en telg uit de familie der picornavirussen. Deze bestaat uit meer dan honderd verschillende virussen waarvan een aantal besmettelijk zijn voor de mens en ook een aantal voor het paard.
Rhino waart eigenlijk continu rond, maar is onder normale omstandigheden niet snel in staat om mens of dier te besmetten. Hebben deze echter, door wat voor reden dan ook, last van een verminderde weerstand dan ziet het Rhinovirus kans om vat te krijgen op het lichaam en een infectie te veroorzaken.
Het Rhinovirus muteert snel. Dat is de reden dat het vaccineren van paarden tegen Rhino niet erg zinvol is. Het Rhinopneumonievirus kent verschillende verschijningsvormen:
- luchtwegproblemen/snotteren
- abortus bij de drachtige merrie
-neurologische verschijnselen, ataxie (verlamming)
Luchtwegproblemen Luchtwegproblemen komen veruit het meeste voor, voornamelijk bij jonge paarden, en zijn het minst schadelijk. Deze symptomen zijn te vergelijken met een verkoudheid/griep bij de mens; van wat gesnotter en gehoest tot koorts. In de regel doorstaat het paard de ziekte en knapt weer op. Paarden die eenmaal Rhino gehad hebben zullen, al zijn ze niet meer ziek, altijd latent drager van het herpesvirus blijven. Dit houdt in dat ze andere paarden nog wel kunnen besmetten, ook al zijn ze zelf niet meer ziek.
Spontane abortus
Ondanks het feit dat de ‘Rhinogriep’ vrij ongevaarlijk is voor het paard, is Rhino een van de grote angsten van stal- of pensionhouders. Dat is niet vreemd. Het Rhinovirus infecteert namelijk niet alleen de slijmvliezen van de luchtwegen, maar ook die van de baarmoeder. Dit kan bij drachtige merries al snel leiden tot een abortus.
Ook is de infectiedruk op stal vaak hoog. De latente dragers van het Rhinovirus dragen dit over aan veelal jonge paarden (jaarlingen) die nog geen sterke afweer hebben. Deze jonge paarden worden ziek en gaan snotteren. Dit heeft vaak tot gevolg dat ook de paarden die reeds eerder Rhino doorstonden weer ziek worden: zo neemt de infectiedruk hand over hand toe; een risico voor drachtige merries op stal. Het is dan ook zaak om bij de eerste tekenen van Rhino in de nabije omgeving, drachtige merries af te zonderen.
Neurologische problemen
De derde verschijningsvorm van Rhino is de meest ernstige; hierbij doen zich in meer of minder ernstige mate neurologische problemen voor. Deze kunnen variëren van onzeker lopen (zwalken) tot, in het ergste geval, een complete verlamming van de achterhand. De prognose is in deze gevallen vrijwel altijd slecht.
Ondersteuning bij/preventie van Rhino?
Het Rhinovirus krijgt voornamelijk vat op het paardenlichaam wanneer de weerstand laag is. In een omgeving waar de infectiedruk hoog is, bij weerstandsverminderende condities (zoals de omslag van het weer of stress) of bij de eerste tekenen van Rhino in de nabije omgeving is het dan ook raadzaam om de weerstand van het paard te optimaliseren. Dit kan met diverse, natuurlijke supplementen waarvan vooral de L-lysine actief is in de bestrijding van actieve herpesvirussen.
Aangeraden wordt:
1. L-lysine comp van Phytonics*
2. PUUR Weerstand
3. Engystol of Echinacea van -Heel (per injectie)
*Vanwege hun krachtige werking worden de middelen van Phytonics uitsluitend verkocht via de dierenarts of -therapeut.
1.L-lysine: L-Lysine is het middel om in te zetten ter voorkoming van infectie met actieve herpesvirussen[1].
L-Lysine is een essentieel aminozuur dat niet door het dierenlichaam kan worden aangemaakt. Dit houdt in dat het in de voeding moet zitten. Het is een belangrijke bouwstof van eiwit is en heeft het zijn uitwerking op het immuunsysteem, met name op de productie van antilichamen.
Door de collageenvormende eigenschappen is het van groot belang voor weefselherstel in het lichaam. Wanneer een dier L-Lysine niet voldoende binnenkrijgt kan dit leiden tot allerhande klachten. Een van de meest gehoorde klachten is weerstandsvermindering en een hogere gevoeligheid voor (herpes)infectie en virussen.
Uit studies blijkt dat het supplementeren van L-lysine de ernst van de symptomen terug kan dringen en verspreiding van het virus in tijden van stress tegengaat.
Bij dieren wordt L-Lysine voornamelijk ingezet ter uitschakeling van actieve herpesvirussen of om mogelijke besmetting te voorkomen. Bij besmetting met het Rhino Pneumonie virus beperkt L-Lysine schade aan de zenuwbanen. L-Lysine kan het beste worden gegeven in combinatie met Vitamine B6. Deze vitamine ondersteunt de L-Lysine bij de assimilatie en werkt gunstig op de vorming van nieuw weefsel en het herstel van beschadigd weefsel. Llysine comp van Phytonics bevat L-lysine en Vitamine B6.
2.Weerstand Compositum Weerstand Compositum kan worden ingezet bij acute problemen met de weerstand. Denk hierbij aan acute ontstekingen, allergische reacties of bacteriële- en virusinfecties. De kruiden, vitaminen, mineralen en aminozuren in Weerstand Compositum helpen de weerstand te verhogen. Zo zorgt de toegevoegde Plantago voor regeneratie van de lichaamscellen en gaat Echinacea infecties tegen.
3. Engystol en Echinacea Optioneel kan ervoor worden gekozen om op de eerste en de derde dag van de behandeling, en na een week een injectie met Engystol en Echinacea compositum (van Heel) toe te laten dienen door een dierenarts. Echinacea compositum is een homeopathisch geneesmiddel dat wordt toegepast ter stimulering van de lichaamseigen afweer. Engystol is een homeopathisch geneesmiddel dat wordt toegepast ter stimulering van de lichaamseigen afweer bij koortsachtige virale aandoeningen zoals rundergriep, stuipen (begin), infectie met herpesvirussen of het parvovirus, kattensnot, ter algemene ondersteuning bij huidaandoeningen, eczeem, pruritis, otitis externa of teckelverlamming.
[1] Gaskell, Dawson and Redford. Feline Herpesvirus. Vet.Res 38 (2007): 337-354
|