Uit de praktijk: de oude kat en hond

Solidago (Guldenroede)

In de rubriek "Uit de praktijk van..." beschrijft dierenarts Evelien van der Waa casussen uit haar praktijk. 

Als dieren ouder worden vinden eigenaren het heel normaal dat hun dier op een gegeven moment minder kan: minder hard of ver lopen, minder goed springen, slechter eten. En dat er dingen bij komen zoals: meer slapen, moeilijker ademhalen, vergeetachtig worden.
Aan bepaalde dingen is helaas niets te doen, die horen gewoon bij het ouder worden. ze hebben vaak te maken met slijtage van het lichaam. Doofheid is er een voorbeeld van. 

Maar er zijn ook dingen waar je met de juiste ondersteuning nog heel wat kan bereiken aan verbetering van levenskwaliteit. Want daar gaat het uiteindelijk om. Niet hoe oud je wordt, maar hoe goed je oud wordt. 

Deze keer wil ik twee aandoeningen bespreken die veel voorkomen bij oudere dieren: chronisch nierfalen bij de kat en gewrichtsslijtage/artrose bij de hond. Beide zijn aandoeningen die nooit meer overgaan en in de loop van de tijd alleen maar slechter worden. Het zijn echter ook aandoeningen waar je met de juiste aanpassingen in de dagelijkse verzorging en ondersteuning met natuurlijke middelen nog heel veel kan doen.

Chronisch nierfalen bij de kat

Nieren zijn heel belangrijke organen voor het lichaam. Ze zorgen voor het handhaven van de vochtbalans en het uitscheiden van afvalstoffen. Nieren hebben een grote reservecapaciteit. Dat wil zeggen dat, ook al is er schade aan de nieren, ze heel lang hun werk kunnen blijven doen. Zonder dat er klachten ontstaan. Pas als meer dan 75 % van het nierweefsel niet meer werkt, ontstaan er klachten. Vaak merk je als eigenaar dat je kat meer gaat drinken en meer gaat plassen. Ook kan je kat misselijk worden en gaan braken. Hij kan vermageren en er slecht verzorgd uit gaan zien. Omdat chronisch nierfalen uiteindelijk bij bijna alle oudere katten voorkomt, is het verstandig om een kat vanaf zijn 10e levensjaar jaarlijks door je dierenarts te laten onderzoeken. Via bloedonderzoek kan dan nagekeken worden of de nierwaarden nog goed zijn. Want hoe eerder je weet dat er iets mis is met de nieren, hoe eerder je een behandeling kan instellen.

Het nierweefsel dat eenmaal beschadigd is kan nooit meer herstellen. De behandeling is er op gericht om het intacte nierweefsel zo goed mogelijk te laten werken. Het aller belangrijkste daarbij is een speciaal nier dieet. Dit dieet bevat weinig maar wel de juiste eiwitten en weinig fosfaat. Ook moeten katten goed vocht opnemen. Om katten meer te laten drinken kan het helpen om een speciaal kattenfonteintje aan te schaffen. Veel katten vinden het fijn om stromend water te drinken. Nat voer geven in plaats van droogvoer kan ook helpen om de kat meer vocht binnen te laten krijgen.

Voor een natuurlijke ondersteuning kun je gebruik maken van de plant Solidago (Guldenroede). Deze plant heeft een heel sterke werking op de nier- en blaasfunctie. Het reguleert de vochthuishouding en stimuleert de uitscheiding van afvalstoffen. Ik heb zelf een aantal katten en honden in mijn praktijk op Solidago staan ter ondersteuning van hun nierfunctie. Een collega van mij, met een grote gezelschapsdierenpraktijk, zet alle katten met nierfalen, naast een nier dieet, altijd op Solidago. Zij ziet zelfs dat na een tijdje ook de nierwaarden in het bloed verbeteren. 

Gewrichtsslijtage/artrose bij de hond

Vooral honden van de grote rassen - zoals Labradors, Golden retrievers, Berner Sennehonden en Herders - krijgen op latere leeftijd te maken met slijtage van de grote gewrichten: heup, knie, schouder en elleboog. Dat is heel normaal. De gewrichten worden het hele leven behoorlijk belast en gaan achteruit in kwaliteit als het dier ouder wordt. Of er ook artrose ontstaat hangt van verschillende dingen af. Honden die al eerder in hun leven last hebben gehad van gewrichtsproblemen, bijvoorbeeld heup- of elleboogdysplasie zullen eerder last krijgen van artrose. Ook honden met overgewicht lopen extra risico op deze aandoening. Gelukkig zijn er wel mogelijkheden om met management en natuurlijke ondersteuning het proces positief te beïnvloeden.

Het begint eigenlijk al bij de jonge hond. Tot de leeftijd van 1 jaar is het heel belangrijk dat honden van grote rassen rustig en gelijkmatig groeien en dat de gewrichten niet worden overbelast. Dit betekent dus geen balletjes gooien (hond moet plotseling stoppen, waarbij er heel veel kracht op de gewrichten komt) en nog niet naast de fiets laten lopen (dat mag pas vanaf 1 jaar). Zorgen voor een goede spierontwikkeling door vaak te wandelen, is de belangrijkste preventie van artrose op latere leeftijd..

Bij de oudere hond is het belangrijk om te zorgen voor een goed lichaamsgewicht en voldoende beweging, aangepast aan wat de hond aan kan. Liever vaker 10 minuten lopen dan een keer 30 minuten. Ook voor honden die al gewrichtsproblemen hebben, is het heel belangrijk om in beweging te blijven. Zo zorg je ervoor dat de gewrichten goed gesmeerd blijven.

Op het gebied van natuurlijke ondersteuning spelen glucosamine en chondroitine een belangrijke rol. Daarnaast kunnen dieren veel baat hebben bij het plantje Harpagophytum (Duivelsklauw). Deze plant bevat van nature iridoide glycosiden en fenolzuren. Deze stoffen hebben een ontstekingsremmende en pijnstillende werking. Ook hebben zij een positieve werking op botvorming bij spondylose. Dat is het aan elkaar groeien van ruggenwervels, meestal in de onderrug. Bovendien heeft Duivelsklauw een positieve invloed op artrose van de heup en de knie. 

Mocht een hond al erge last hebben van artrose, dan kan acupunctuur heel fijn zijn voor de pijn en chiropractie voor een betere beweging. Er zijn in Nederland meerdere dierenartsen die zich hier op hebben toegelegd en veel ervaring hebben met de behandeling van oudere dieren met artrose klachten.

Deel dit artikel

 Bezorgd over uw privacy?