Kattensnor (Orthosiphon stamineus)

Koemis koetjing komt in Europa niet voor, de plant groeit in Zuidoost-Azië, Australië, Afrika en tropisch Amerika. Op Java en Sumatra komt de plant zeer algemeen en in verschillende variëteiten voor. De Orthosiphon groeit in het wild op vochtige, liefst schaduwrijke plaatsen. Het blad van de plant doet wat denken aan pepermunt, de blauwwitte of rode bloemen hebben karakteristieke meeldraden waar de plant zijn Nederlandse naam aan te danken heeft, “kattesnor”. De bladeren en bloemen geuren aromatisch en aangenaam (etherische olie). De hele struik is fijn behaard en heeft een sierlijk uiterlijk. De variëteit met witte bloemen, een rode stengel, rode stamper en rode bladnerven zou de beste diuretische eigenschappen bezitten. De bladeren bevatten de werkzame bestanddelen. De officiële naam van de plant vertelt is vermoedelijk afgeleid van de woorden “orthos”, dit betekent “recht” en “siphon”, dit betekent “buis”. In de volksmond is deze plant bekend geworden als “koemis koetjing” of “kattesnor”. In Duitsland noemt de plant “Indischer Nierenthee” of “Hollandischer Nierenthee” en in Engeland “Java tea” of “East-Indian Kidney tree”.

Volksgeneeskunde

De Orthosiphon -als kruidenthee gezet en gedronken- is in de volksgeneeskunde in de eerste plaats befaamd geworden om zijn werking bij nier- en blaasaandoeningen. Maar ook bij galklachten en steenvorming (zowel nier-, blaas- als galstenen) is de kruidenthee al vele eeuwen bijzonder populair. De Javanen zijn al heel lang op de hoogte van de geneeskrachtige werking van de plant. In Europa kent men de Orthosiphon pas vanaf 1927, toen Gruber de plant invoerde. De in Batavia wonende Europeanen wezen hun familieleden op de werking van deze plant, waarna telers de Orthosiphon gingen kweken.

Werkzame bestanddelen

Mineralen (<12%) met een hoog gehalte aan kaliumzouten, flavonen als sinensetine en isosinensitine, flavonolglycosiden, rozemarijnzuur (0.1-0.5%), phytosterolen als bèta-sitosterol; etherische oliën (<0.7%), saponinen, organische zuren als glycoccolozuur, ursolzuur en benzoëzuur; looistoffen (5.7%), choline, betaïne en vette olie.

Werkingsmechanisme

Het werkingsmechanisme van de Orthosiphon is goed onderzocht, hoewel nog steeds niet helemaal is opgehelderd welke componenten verantwoordelijk zijn voor het diuretische effect van de plant. Van Itallie was vermoedelijk een van de eersten die de plant in 1886 onderzocht en er in slaagde enkele werkzame bestanddelen te isoleren. Van Itallie ontdekte een glycoside welke hij de naam “orthosiphonine” gaf. Van Rutenbeck toonde in 1935 aan dat de plant de galproductie stimuleert en de galblaaslediging versnelt. De ESCOP noemt als indicaties irritaties van de urinewegen, ontstekingen en steenvorming (expliciet ) en bacteriële infecties van de urinewegen (adjuvans).
Dierstudies met een hydrofiel extract bewezen de diuretische werking overduidelijk. Hoewel nog niet alle diuretisch werkzame bestanddelen bekend zijn, nemen deskundigen aan dat het kaliumgehalte deze werking gedeeltelijk veroorzaakt. Maar ook de geïsoleerde flavonoïden als sinensetine en 3’-hydroxy-5,6,7,4’-tetramethoxyflavonen zijn voor deze diuretische werking verantwoordelijk.
Humane, klinische studies bevestigden eveneens de diuretische werking. Vervolgstudies toonden een bacteriostatische werking aan, vermoedelijk als gevolg van de saponinenconcentratie. Daarnaast werken koffiezuurderivaten antibacterieel. Klinische onderzoeken wezen uit dat gestandaardiseerde plantenextract choleretische en cholekinetische eigenschappen bezitten. Bij patiënten met cholangitis en cholecystitis toonden wetenschappers een antibacteriële werking aan.

In verschillende documenten stellen auteurs dat het blad van de Orthosiphon de urinaire secretie van chloriden en stikstofhoudende verbindingen -zoals ureum en urinezuur- verhoogt. Deskundigen zijn van mening dat toepassing van plantenextracten geïndiceerd is bij chronische nefritis, nefrolithiasis, cystitis en niernecrose. De Orthosiphon heeft vermoedelijk zijn aangrijpingspunt op het nierparenchym en kan hierdoor de regeneratie van katalyseren.

Behandelaars zetten Orthosiphon bladextracten wel in als profylaxe, bijvoorbeeld ter voorkoming van nierparenchymbeschadiging bij ernstige pathologische aandoeningen zoals een verhoogd urinezuurgehalte in het bloed, blaasklachten met albuminurie, nierklachten met albuminurie, beginnende schrompelnier, nefrose en nierweefseldegeneratie. Vanwege de diuretische en ontgiftende eigenschappen adviseren deskundigen bladextracten bij gewrichtsontstekingen en jicht als adjuvans.
De choleretische, cholagoge, ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen van Orthosiphon maken de plant inzetbaar bij infectieuze obstructieve aandoeningen van de galwegen. Door het gehalte aan saponinen schrijven behandelaars bladextracten voor als adjuvans bij de behandeling van hypercholesterolemie, hyperlipidemie en hypertensie.

Contra-indicaties

Waarschuwingen of contra-indicaties worden in de literatuur niet gemeld.

Bijwerkingen

Bijwerkingen worden in de literatuur niet gemeld.

Bron Natura Foundation