Castratie en sterilisatie van de hond: een duivelsdilemma

door Ruth van Kessel, NML health

Was het maar zo eenvoudig. De stelregel die veel dierenartsen hanteren bij sterilisatie (castratie) van een teef is om deze ingreep voor haar eerste loopsheid te doen, heeft een onderbouwing. Behalve dat de teef en haar baasje door het verwijderen van de eierstokken (en soms de baarmoeder), niet geconfronteerd worden met de ongemakken van de loopsheid zo gemiddeld tweemaal per jaar, en dat het fenomeen schijnzwangerschap na een sterilisatie niet meer optreedt, heeft een vroegtijdig gesteriliseerde teef minder kans op melkkliertumoren en een baarmoederontsteking. Doen dus? Helaas de nadelen zijn er ook: de kans op incontinentie na de ingreep neemt toe. Daarbij krijgen teven meer (ongewenste) ondervacht en worden ze zwaarder na de sterilisatie. Ook het voordeel van de verlaging van het risico op melkkliertumoren is betrekkelijk, omdat na sterilisatie de kans op andere kwaadaardige tumoren groter wordt. 

Castratie van een reu roept ook de nodige vraagstukken op. Is het nodig? Wat wil je er mee bereiken? Wat is het beste tijdstip? Kun je het hinderlijke dominante macho- gedrag van je reu ook anders beïnvloeden, of is castratie de aangewezen weg? Wegen de voordelen van castratie zwaarder dan de nadelen (operatie, gedragsverandering)? Er valt veel over te zeggen, en dat gebeurt dan ook binnen de diergeneeskunde en door hondeneigenaren. NML health vroeg holistische dierenarts Anneke Schellingerhout en homeopathisch werkend dierenarts Steven Schukking naar hun mening over dit duivelse dilemma: wel of niet castreren van de reu of het steriliseren of castreren van de teef.

Natuurlijk terughoudend bij castratie reu

Holistische of natuurlijke dierenartsen wijzen naast de gevolgen van de castratie op het gedrag, een tragere stofwisseling en negatief effect op de vachtconditie, ook nog op optredende botontkalking als nadelige bijwerking van castratie. Daarnaast zien zij gecastreerde reuen sneller verouderen en is er een hoger risico op insulineresistentie en diabetes, het ontstaan van auto-immuunziekten en allergieën. Ook de relatieve stijging van de oestrogeenspiegel kan er voor zorgen dat de reu vrouwelijker wordt en dat de hond gevoeliger wordt voor tumoren. 

Homeopathisch werkend dierenarts Steven Schukking: “Ik kies niet snel voor castratie tenzij er een duidelijke medische of sociale indicatie is. Vooral de duidelijke verandering in karakter van een reu na castratie, is voor mij een reden om baasjes aan te raden het niet te doen. Daarbij zijn er wetenschappelijk steeds meer aanwijzingen dat door castratie de kans op prostaatkanker groter is.” Eerder kiest hij, bij ongewenst dominant gedrag van een te grote macho met een wat grote geslachtsdrift, voor het inzetten van middelen waarin extracten van de kruiden Origanum majorana (Wilde marjolein), Agnus castus (Monnikspeper), Silybum marianum (Mariadistel) in is verwerkt. Schukking: “Voor veel reuen haalt dit de scherpe kantjes van het hyperseksuele gedrag af. Voor reuen met pussende piemels door de hormonale schommeling zet ik ook vaak Pulsatilla D6 als homeopathisch middel in. Dat werkt goed.”

Als deze middelen onvoldoende effect hebben en de hondeneigenaar toch een castratie overweegt, adviseert Schukking tegenwoordig om eerst een Suprelorin implantaat te proberen: “Deze chip doorbreekt de afgifte van het gonadotropin-releasing hormone en remt hierdoor de aanmaak van de geslachtshormonen in de testikels en in de eierstokken. Het stofje wordt minimaal een half jaar geleidelijk door de chip afgegeven en heeft hetzelfde effect op de reu als een castratie. Zo kun je zien hoe jouw reu op een fysieke castratie zal reageren en of het gedrag zich verbeterd. Goed dat je dit op deze manier kunt uitproberen, immers niet alle gedrag is testosteron gerelateerd en kunnen reuen na castratie nog steeds hetzelfde ongewenste gedrag vertonen. De suprelorin chip kun je inzetten om de reu door de pubertijd heen te helpen, zonder dat je hem onomkeerbaar castreert. Na elke chip (je kunt het meerdere keren plaatsen) kun je je reu weer terug laten komen tot man en zal je zijn gedrag weer zien veranderen. Mocht dat dan nog onwenselijk zijn kun je nog altijd kiezen voor castratie.” 

Ook voor holistisch dierenarts Anneke Schellingerhout is de inzet van de suprelorinchip het standaard advies als castratie een optie gaat worden. Als mensen kiezen voor castratie voor hun reu vanwege het gedrag is ze erg terughoudend: Agressie is heel vaak niet zelfverzekerde agressie, maar angstagressie en dat wordt juist erger door castratie.” Zij maakt een duidelijk onderscheid tussen testosteron gerelateerde agressief gedrag of angstagressie. Schellingerhout: “Mijn benadering is eigenlijk altijd om de hele hond in balans te brengen en werk ik vanuit de TCVM op de nier- en leverenergie. Soms ondersteun ik met fytotherapeutische of homeopathische druppels om de geslachtsdrift in toom te houden, maar sowieso schakel ik altijd een gedragsdeskundige in om te constateren om wat voor een soort agressie het gaat.”

Onzekere teef na sterilisatie

Als grootste bezwaar van sterilisatie van de teef noemt zij het gedrag van het vrouwtje wat volgens haar enorm kan veranderen. Schellingerhout: “Veel teven zie je onzeker worden na de ingreep, waardoor de kans op agressie toeneemt. Ook gebeurt het dat het jonge teefje wat gedrag betreft zich niet doorontwikkelt en blijft hangen in het onvolwassen gedrag van een jonge hond.” Ook treedt er volgens haar eerder dementie op. Andere ongewenste neveneffecten van sterilisatie komt Schellingerhout ook tegen in haar praktijk: “De groeischijven sluiten vertraagd, waardoor de teef langere en lichtere botten krijgt. Dit geeft meer kans op aandoeningen van het skelet en het bewegingsapparaat, zoals HD en gescheurde kruisbanden. Ook artrose komt meer en vaker voor bij gesteriliseerde honden. Daarnaast zie je dat de ontwikkeling van de geslachtsorganen en urinewegen vaker incompleet is, waardoor er onder meer ontstekingen aan de vulva kunnen ontstaan.

Schukking deelt de mening van Schellingerhout niet. “Ik zie gezondheid technisch alleen maar voordelen om te kiezen voor een sterilisatie van de teef. De belangrijkste is dat het ontstaan van melkkliertumoren bij een gesteriliseerde teef met de factor 7 afneemt. Zeker als je een teef voor haar eerste loopsheid (rond de 6 maanden) steriliseert is de prevalentie gedaald naar 3% i.t.t. de 21% bij een niet-gesteriliseerde teef. Na de eerste loopsheid neemt dat al toe tot 6%; na zeven keer loopsheid is het risico gelijk, dus is sterilisatie om die reden geen indicatie meer. Andere voordelen zijn dat een teef geen baarmoederontsteking meer kan krijgen, iets wat je bij niet-gesteriliseerde teven vaak ziet op oudere leeftijd.” De andere door natuurlijke dierenartsen vaak genoemde negatieve effecten van sterilisatie, zoals onder meer gewrichtsklachten, herkent Schukking niet: “Ik pleit voor sterilisatie na de eerste loopsheid. Als een teefje eenmaal loops is geweest dan hebben de oestrogenen ervoor kunnen zorgen dat de blaashals heeft gestaan en het sluitingsmechanisme zich heeft kunnen ontwikkelen, waardoor de vaak voorkomende incontinentie na sterilisatie minder voorkomt. Daarbij durf ik te beweren dat gesteriliseerde teven vaker relaxter door het leven gaan als haar niet-gesteriliseerde vriendinnen.”

Schijnzwangerschap: reden om te steriliseren?

Schijnzwangerschap bij teven – het fenomeen waarbij niet drachtige teven fysieke en mentale kenmerken krijgen van een drachtige hond – is ook een veel genoemde reden om te kiezen voor sterilisatie. Bij Holistisch dierenartspraktijk Den Hoek zijn ze terughoudend ten aanzien van deze optie. Zo schrijven ze op hun website: “Teven kunnen de schijnzwangerschap zonder veel problemen doorstaan, maar er zijn ook teven die veel last hebben van de verschijnselen van de schijnzwangerschap. Dat laatste en in combinatie met het gegeven dat door regelmatige schijnzwangerschap zich knobbeltjes of afwijkingen in de melklijsten kunnen vormen, kan een reden zijn om een teef te laten steriliseren. Maar anders werkt veel afleiding en schraal voeren ook uitstekend om teven sneller en gemakkelijker door de schijnzwangerschap heen te helpen. Wij zijn voorzichtig met het inzetten van de zogenaamde prolactineremmers, reguliere middelen die de aanmaak van het hormoon prolactine tegengaan, vanwege de vele mogelijke bijwerkingen voor de hond: misselijkheid, sloomheid en kramp. Liever kiezen wij voor middelen met Salvia officinalis, Avena sartiva (Haver) en Asa foetida (Duivelsdrek), om het ongemak tegen te gaan.

Schukking stelt dat de dempende werking van de druppels met extracten niet altijd afdoende is: “Mijn ervaring is dat als een teef eenmaal schijnzwanger is geweest je het na elke volgende loopsheid sterker terugkomt. Als het dier last van de lichamelijke verschijnselen gaat krijgen en ongewenst gedrag gaat vertonen dan kies ik uiteraard ook eerst voor natuurlijke middelen met bovengenoemde ingrediënten.  Helpen die onvoldoende dan zie ik geen andere uitweg dan sterilisatie. In mijn ervaring valt het effect op het gedrag wel mee en zie ik niet veel nadelen wat gezondheid betreft.

Moet je nu uiteindelijk wel of niet kiezen voor castratie of sterilisatie bij de hond? Is er een eensluidend antwoord op dit duivelse dilemma? Nee, maar over een ding zijn de dierenartsen het met elkaar eens: “Het is een afweging waarbij het welzijn van de individuele hond voorop staat, de wens van de hondeneigenaar en de omstandigheden. Het is zeker geen standaard advies.”

Reactie Irene Rol van NML health:
"Ook ik heb het antwoord niet, maar wel ben ik door mijn ervaring met mijn eigen teven terughoudend geworden. Mijn Ridgeback Riba heb ik na de sterilisatie snel oud zien worden: ze werd in korte tijd grijs en stram en heeft last van incontinentie. Mijn andere Ridgeback Zari kampt met schijnzwangerschap, waar ze niet heel erg onder lijkt te lijden. Zolang dat het geval is laat ik haar intact, maar of ik daar gelijk in heb? Het is en blijft een dilemma."