Kennelhoest

Kennelhoest is voor asielen, pensions en kennels een beruchte aandoening die bij honden kan voorkomen. Kennelhoest is een infectie aan de keel, luchtpijp en bronchiën en kenmerkt zich door een specifieke hoest die verergert bij druk (halsband!) op de keel. De ontsteking kan worden veroorzaakt door verschillende virussen en bacteriën. Het Para-influenzavirus, het Adenovirus en de Bordetella bronchoseptica bacterie zijn de bekendste boosdoeners. Kennelhoest is zeer besmettelijk en verspreidt zich via de lucht (hoesten en blaffen). In situaties waar veel honden dicht op elkaar zitten - zoals in een kennel, maar ook in de wachtkamer van de dierenarts - wordt de kennelhoest snel op een ander dier overgedragen: de naam kennelhoest is niet voor niets zo gekozen.

Symptomen 

Honden met kennelhoest hebben vaak letterlijk een gevoelige keel. Wanneer deze geprikkeld wordt moet een hond hoesten. Deze prikkeling kan van buitenaf komen, bijvoorbeeld door te trekken aan de riem, maar ook van binnenuit. Honden die blaffen, hijgen of snel ademen door, bijvoorbeeld opwinding of inspanning, gaan sneller hoesten. 

Niet elke hond met kennelhoest hoest. Sommigen hebben alleen een snotneus en ontstoken ogen. Over het algemeen hebben dieren geen koorts en eten en drinken ze normaal. Als een dier erg hoest, kan dit leiden tot kokhalzen en overgeven. 

Hoe ziek een hond wordt van kennelhoest heeft alles te maken met de weerstand van de hond. In ernstige gevallen – dus bij een verminderd immuunsysteem – kan de infectie verergeren tot bronchitis of zelfs longontsteking. Vooral oudere en zieke honden lopen dit risico. Ook bij puppy's is de weerstand nog niet optimaal. Bij gezonde honden met een goed werkend immuunsysteem is kennelhoest geen ernstige aandoening en is het te vergelijken met een verkoudheid of griepje bij de mens. Voor de meeste honden geldt dat met wat rust en eventuele ondersteuning met supplementen kennelhoest vanzelf weer overgaat. Na gemiddeld 10-12 dagen is de hond weer opgeknapt.

Bij een besmetting krijgt een hond na 1-3 dagen de verschijnselen van kennelhoest.

Behandeling van kennelhoest

Rust en een aangename, stressvrije en goed geventileerde omgeving bevordert het herstel van een hond met kennelhoest. Wanneer een hond langdurig blijft hoesten raakt de keel alleen maar meer geïrriteerd, wat de genezing vertraagt en er bovendien voor kan zorgen dat de infectie zich uitbreidt. Het verminderen van de prikkelhoest en het smeren van de keel is vaak voldoende om de infectie te laten verdwijnen. 

Een aandachtspunt is de halsband van een hond met kennelhoest. Door trekken aan de riem komt er druk op de keel en raken de voorste luchtwegen nog verder geïrriteerd. Beter is het dan om de hond een borsttuig om te doen tijdens de wandeling.

Kennelhoest is erg besmettelijk. Via niezen en snotteren besmet de zieke hond gemakkelijk andere honden. Daarom is het aan te raden om tijdelijk geen plaatsen te bezoeken waar veel honden samenkomen zoals drukke speelveldjes, hondenshows of de wachtkamer van de dierenartsenpraktijk. Ook in kennels en pensions is een hond met kennelhoest om die reden niet welkom. 

Wanneer een hond met kennelhoest niet snel opknapt, zich duidelijk niet lekker voelt of koorts heeft, is het verstandig om een dierenarts te raadplegen. Ook voor honden met een relatief korte snuitpartij als bijvoorbeeld de Engelse Bulldog of Mopshond geldt dat een bezoek aan een dierenarts noodzakelijk is. Deze honden raken sneller benauwd en kunnen dan ook erg last hebben van de kennelhoest. 

Antibiotica bij kennelhoest?

Reguliere dierenartsen willen nog wel eens antibiotica voorschrijven als behandeling van kennelhoest. Zij gaan ervan uit dat bij kennelhoest vaak de bordetellabacterie betrokken is. Immers antibiotica bij een virusinfectie heeft geen effect. Een andere reden om antibiotica voor te schrijven bij kennelhoest is dat door het para- influenzavirus of bordetella bacterie de epitheellaag in cellen wordt aangetast. Dit wordt een voedingsbodem voor andere bacterien en kan leiden tot een ontsteking. Honden die sloom zijn, geen eetlust hebben en algemene ziekteverschijnselen vertonen worden om die reden ook met een antibiotica behandeld. 

Holistische dierenartsen gaan er van uit dat een gezonde hond een infectie met de Bordetella goed zelf kan bevechten. Antibiotica is dus in de meeste gevallen van kennelhoest niet nodig, tenzij in het uitzonderlijke geval een dier echt heel erg ziek is. Antibiotica heeft als nadeel dat het een aanslag is op het immuunsysteem, in het bijzonder op de darmflora in de darm. Wordt er toch voor gekozen dan is het goed om de hond te ondersteunen met probiotica, een olie met omega-3 en weerstand bevorderende supplementen.

Ondersteuning met middelen

Risicovolle omgeving

De verschillende virussen en bacteriën die kennelhoest veroorzaken zijn mild. Wanneer de weerstand van een hond, door wat voor oorzaak dan ook, is verlaagd is hij vatbaarder voor kennelhoest. Stress kan eveneens een weerstandsdaling veroorzaken. Bedenk dat een kennel of asiel voor veel honden een stressvolle omgeving is. Daarnaast zijn omgevingen waar veel honden bij elkaar zitten – kennels, asielen, hondenschool etc) - dé plek waar honden elkaar gemakkelijk kunnen besmetten.
Om een hond te beschermen tegen kennelhoest is een goede weerstand een eerste vereiste. In principe heeft een gezonde hond die een goed, uitgebalanceerd dieet krijgt hier geen extra ondersteuning bij nodig. Maar als je weet dat je hond in een risicovolle besmettingsomgeving gaat komen, is een optimalisatie van het immuunsysteem een goede preventie tegen kennelhoest.

Preventie tegen kennelhoest 

Ondersteuning bij kennelhoest

Druppels met extracten van ondergenoemde kruiden hebben een ondersteunende werking voor gezonde luchtwegen: 

Vaccineren tegen kennelhoest?

Of je kiest voor vaccinatie tegen kennelhoest bij jouw hond is een keuze. De verplichting die kennels en dergelijke stellen, maakt dat je die keuze niet altijd hebt. Maar het is goed om te realiseren dat elke vaccinatie een aanslag is op het immuunsysteem van je hond. En juist een lage weerstand maakt een hond gevoeliger voor een besmetting met de virussen en bacterie die de kennelhoest veroorzaken.

Daarbij is het goed te realiseren dat als honden tegen kennelhoest worden ingeënt, dat niet betekent dat deze honden geen kennelhoest meer kunnen krijgen. Net als menselijke griep wordt ook kennelhoest veroorzaakt door verschillende varianten van verwekkers en het is niet mogelijk om tegen ál deze varianten te vaccineren. De huidige vaccinatie voor kennelhoest biedt bescherming tegen het Canine para-influenzavirus en Bordetella Bronchiseptica. 

Er zijn twee soorten vaccinaties: de neusenting of onderhuidse enting. Voordeel van de neusenting is is dat een hond al snel beschermd is. Het nadeel is dat het dier de eerste weken andere honden kan besmetten omdat in het vaccin een levende entstof zit. Bij de onderhuidse vaccinatie zijn er twee injecties nodig met drie weken tussentijd en duurt het langer voordat de weerstand zich heeft opgebouwd. Voor zowel de neus- als de huidenting geldt dat het elk jaar moet worden herhaald. Dieren kunnen door de vaccinatie een milde vorm van kennelhoest doormaken. Veel dierenartsen stellen dat door de vaccinatie honden minder ziek worden als ze kennelhoest doormaken. 

NB Het Canine adenovirus dat naast hepatitis ook kennelhoest kan veroorzaken wordt meegenomen in de basisvaccinatie van de hond.

Wel of niet vaccineren?

Steeds meer hondenbezitters besluiten om niet te vaccineren tegen kennelhoest. Niet alleen omdat de enting geen 100% zekerheid biedt, ook omdat de risico's van eventuele bijwerkingen van een vaccinatie niet opwegen tegen de ziekte zelf. Veel hondenscholen en pensions stellen een enting echter nog steeds verplicht.

NB Het advies van NML health is om een hond niet te vaccineren tijdens ziekte of bij een verlaagde weerstand. Lees vooral de bijsluiter van vaccins:  http://diergeneesmiddelen.info/index.php/vaccins/640-nobivac-kc