VacciCheck FAQ

Zijn er losse vaccins beschikbaar voor honden en katten?

Voor honden is Parvo los verkrijgbaar. Daarnaast kan Puppy DP worden ingezet, indien er antilichamen voor Infectieuze Hepatitis aanwezig zijn en niet voor Parvo en Distemper. Voor katten bestaat er een cocktail met Panleukopenie, Calici en Herpes of een cocktail met Calici en Herpes.

Hoe lang duurt het na een vaccinatie voordat een hond of kat meetbare antilichamen heeft?

Na 3 tot 4 weken zijn er normaliter voldoende antilichamen aangemaakt en heeft het zin om ter controle een titerbepaling uit te voeren, om te zien of een vaccinatie is aangeslagen.

Hoe lang blijven antilichamen aanwezig na een positieve uitslag?

Indien er op de juiste wijze en op het juiste moment wordt gevaccineerd, kan de aanwezigheid van antilichamen jaren later tot wel levenslang meetbaar zijn in het bloed.

Hoe komt het dat stippen soms slechts licht kleuren, waardoor ze moeilijk zijn af te lezen?

Indien VacciCheck en de te gebruiken samples niet lang genoeg op kamertemperatuur hebben gestaan, de test niet bij kamertemperatuur wordt uitgevoerd en indien de tijden niet gerespecteerd worden, kan het voorkomen dat de resultaten in de vorm van te licht verkleurde stippen moeilijk af te lezen en te interpreteren zijn. 

Kan bloed bewaard worden en hoe lang?

Gebruik bij voorkeur vers volbloed. Volbloed kan direct worden ingezet of eventueel worden bewaard in een EDTA- of Lithium-Heparine-buisje, waardoor het op een later tijdstip kan worden gebruikt. Lithium-Heparine of EDTA-bloed dat via venapunctie wordt afgenomen kan worden bewaard bij een temperatuur van 2-8°C , indien de test wordt uitgevoerd binnen 24 uur na de bloedafname. Vries vers volbloed, heparine of EDTA-bloed nooit in! Serum: laat het bloedmonster minimaal 30 minuten staan voor het centrifugeren en afpipetteren. Plasma: scheid zo snel mogelijk het plasma van de packed cells ter voorkoming van hemolyse. Serum en plasma samples kunnen worden bewaard bij een temperatuur van 2-8°C, indien de test plaatsvindt binnen 3 dagen na bloedafname. Als de test op een later tijdstip wordt uitgevoerd, moeten de samples worden ingevroren bij een temperatuur van -20°C of lager. Het gebruik van serum of plasma heeft als voordeel dat het stabieler is en dat er minder kans is op verkleuring van de achtergrond van de kam. Het is belangrijk om gekoelde of bevroren samples eerst op kamertemperatuur te brengen voor er tot testen wordt overgegaan. Een ingevroren serum of plasma sample kan jarenlang worden bewaard. Let erop dat de vriezer geen automatische ontdooistand heeft! Samples mogen slechts 1 keer worden ontdooid. Indien u van plan bent om hetzelfde sample vaker te gebruiken, maak er dan van tevoren kleine porties van.

Moeten alle 12 testen in één keer worden uitgevoerd?

De testen kunnen individueel worden uitgevoerd door 1 rij van A t/m F open te prikken. De overige testen dienen voor de vervaldatum te worden uitgevoerd. Het moment van uitvoering van de VacciCheck is een momentopname. Wie zegt dat als er vandaag wordt getest en de hond of kat antilichamen heeft aangemaakt na vaccinatie of ziekte, deze volgende maand nog aanwezig zijn? Een bloedafname is net als elk onderzoek, altijd een momentopname. Als antilichaamtiters worden gemeten, die verkregen zijn door vaccinatie of blootstelling aan een virus, dan verdwijnen deze niet zomaar. Uit onderzoek is gebleken dat deze tot 9 jaar of langer na een vaccinatie of besmetting gemeten kunnen worden. De WSAVA (World Small Animal Veterinary Association) heeft begin 2016 nieuwe vaccinatierichtlijnen uitgegeven. Hierin staat duidelijk vermeld dat serologisch testen belangrijk is en dat dit bij een seropositief dier (VacciCheck S3 en hoger) na drie jaar kan worden herhaald. 

Wat te doen met jonge dieren?

Jonge dieren hebben bijna in alle gevallen maternale antilichamen, die ze tijdens de eerste 48 uur - waarvan de eerste 12 uur cruciaal zijn - na de geboorte via het colostrum binnenkrijgen. Indien deze aanwezig zijn ten tijde van een vaccinatie, is er een grote kans dat ze de vaccincomponenten opruimen. hierdoor zal er geen immuunrespons plaatsvinden en zullen er geen antilichamen en geheugencellen worden aangemaakt. Indien het moederdier geen antilichamen heeft zal ze deze ook niet doorgeven aan haar jongen, waardoor deze niet beschermd zullen zijn. Het is dan ook belangrijk om moederdieren ruim voor de dekking te testen op de aanwezigheid van antilichamen! Er is altijd een risicovolle periode, het immuniteitsgat. Dit is er ook, als er volgens de reguliere vaccinatieschema’s wordt gevaccineerd. Titerbepaling bij nog-niet-gevaccineerde pups of kittens: Rekening houdend met aanbevelingen en richtlijnen die vanuit de wetenschap en overheid gelden voor vaccinaties, kan er bij pups vanaf de leeftijd van 6 - 9 weken en bij kittens vanaf 9 weken, om de 3 weken een titerbepaling worden uitgevoerd. In de meeste gevallen is vaccineren dan nog niet effectief in verband met de maternale immuniteit. Let op: bij het titeren van een nestje pups of kittens dienen alle dieren te worden getest! De hoogte van de antilichaamtiters kan onderling sterk variëren. Indien er geen maternale antilichamen gemeten worden, kan er bij pups worden gevaccineerd tegen Distemper, Infectieuze Hepatitis en Parvo en bij katten tegen Panleukopenie, Calici en Herpes. Voor deze laatste twee is er geen directe correlatie tussen antilichamen en bescherming. Indien er nog maternale antilichamen worden gemeten, dan na 3 weken opnieuw titeren en kan er bij een uitslag van S1 of lager gevaccineerd worden tegen bovengenoemde ziekten. Omdat Parvo frequent voorkomt, gebruiken we de waarde hiervan als ijkpunt. Indien de maternale antilichamen nog steeds niet verdwenen zijn, is het advies om nog niet te vaccineren. Beter is het dan om om de 3 weken te titerentotdat de uitslag S1 of lager is en dan pas vaccineren. 3 tot 4 weken na de vaccinatie moet er een titerbepaling worden uitgevoerd om te controleren of deze geresulteerd heeft in een beschermende immuniteit. Onderzoek en evidence-based practice tonen aan dat de kans dat een vaccin aanslaat groot is bij een uitslag van S1 en het grootst is bij een uitslag van S0. S2 is bij een niet gevaccineerde pup of kitten geen beschermende titer. Vaccineren bij deze uitslag zal in veel gevallen echter niet resulteren in een beschermende immuniteit en de onbeschermde periode kan hierdoor worden verlengd.

Er kunnen ook verschillen zijn tussen de vaccins type virus-isolaat en titer in het vaccin

  • 3 tot 4 weken na vaccinatie: titerbepaling ter controle of de vaccinatie is aangeslagen.
  • 1 jaar na vaccinatie: titerbepaling.

Uitslag positief?

Indien het dier positief wordt getest op de aanwezigheid van antilichamen, geeft de WSAVA aan dat het niet nodig is om een boostervaccinatie te geven. Na 3 jaar kan er opnieuw een titerbepaling worden uitgevoerd volgens de richtlijnen van de WSAVA. Tijdens het eerste levensjaar komt het echter wel eens voor dat antilichaamtiters die na vaccinatie worden gemeten, later in het jaar dalen. Het is dan ook verstandig om uiterlijk 1 jaar na de laatste titerbepaling, opnieuw te titeren.

Uitslag negatief?

Vaccineren en vervolgens na 3 tot 4 weken een titerbepaling ter controle. Titerbepaling bij reeds gevaccineerde pups en kittens tot de leeftijd van 20 weken: Reeds gevaccineerde pups en kittens kunnen 3 tot 4 weken na vaccinatie getiterd worden. Indien er antilichamen worden gemeten is het niet altijd duidelijk of deze maternaal zijn of ontstaan zijn door de vaccinatie. In dat geval is het belangrijk om na 3 weken opnieuw een titerbepaling uit te voeren om te zien of de antilichaamtiters gedaald zijn (maternaal) of gelijk gebleven of verhoogd zijn. Afhankelijk van de waarden kan er vervolgens besloten worden om of opnieuw te titeren of tot vaccinatie over te gaan.

Zit jouw vraag er niet bij?

Maak dan gebruik van onze zoekmachine. Wie weet vind je het antwoord in de kennisbank of in de blogs. Is het dan nog niet duidelijk, neem dan contact op met NML health via de mail of telefoon of kijk op www.vaccicheck.nl en raadpleeg de VacciChat rechtsonderin beeld. We helpen je graag verder.

Deze informatie is uitsluitend voor intern educatief gebruik en vervangt niet de diagnose en het bijbehorend advies van een dierenarts.