Orthomoleculaire behandeling

‘Orthos’

komt uit het Grieks en betekent ‘recht’, ‘gezond’ of ‘juist’. ‘Moleculair’ betekent zoveel als ‘het molecuul betreffende’. De term Orthomoleculair betekent dus ‘de juiste/gezonde moleculen betreffende’. Dat klinkt leuk, maar wat houdt het in?

Gezonde voeding

Gezonde voeding is de basis van de orthomoleculaire (dier)geneeskunde. Het dieet van een dier en de daarbij horende voedingsstoffen (moleculen) die hij binnenkrijgt zijn van essentieel belang voor een goede gezondheid.

Groeiende bekendheid

De orthomoleculaire geneeskunst bestaat al lang, maar wint de laatste jaren hand over hand aan bekendheid door het groeiende aantal gebreks- (of juist welvaart-) ziekten. Deze ziekten ontstaan vaak door een veranderend eetpatroon en een bijbehorend tekort aan bepaalde vitaminen, mineralen of andere voedingsstoffen.

Relatie voeding en ziekte

Tussen voeding en ziekte bestaat een zeer belangrijke relatie. Bij het oplossen van een ziekte moet men dan ook goed kijken naar de voeding van een dier en de voedingsstoffen die hij hiermee (te weinig of juist teveel) binnenkrijgt. Bij bepaalde tekorten in de voeding loont het om deze in zeer geconcentreerde vorm, als supplement, toe te dienen. Dit herstelt een gezonde balans van het lichaam.

De hond en het paard

Neem de hond. Een prooi-eter, een scharrelaar die is geëvolueerd op rauwe beestjes en later op tafelresten die overschoten van de eigen maaltijd.

Het gros van onze moderne huishonden krijgt vandaag de dag geen rauwe prooidieren meer en ook tafelresten zijn niet meer wat ze geweest zijn. Onze honden krijgen voorbewerkte, steriele, geconserveerde brokjes waar ‘alles inzit wat een hond nodig heeft’.

Maar is dat wel zo? Heeft een hond niet af en toe een lekker stuk vuile pens, barstensvol bacteriën nodig om zijn darmflora op peil te houden? En hoe zit het met onverzadigde vetzuren, de zogeheten ‘gezonde vetten’? Deze zitten volgens de verpakking in de brok, maar ze oxideren snel onder invloed van licht en lucht? Gaat dat wel goed?

Of het paard. Van een vrije grazer op onbehandelde vlaktes verwerd hij tot een staldier met brok als hoofdvoer. Het gras dat wordt begraasd is vaak behandeld met kunstmest. Of, als gevolg van overcultivering, niet meer zo rijk aan voedingsstoffen als hij ooit was. Dit alles kan gevolgen hebben voor de gezondheid van een paard.

Deze veranderde voeding kan leiden tot tekorten of juist een overdaad aan voedingsstoffen. En deze kunnen op hun beurt weer leiden tot gezondheidsproblemen.